VOF Heidevarkens Nieuweroord

Dit is een modern vleesvarkensbedrijf waar 365 dagen per jaar de zorg voor de dieren voorop staat. Het bedrijf heeft erfbeplanting,  een vijver en een boomgaard. In de schuur is een kerkuilenkast.
Het water van de daken wordt opgevangen in een vijver, bedrijfseigen retentie! Bij een calamiteit zoals brand is er zo bluswater voorhanden.
Tevens is deze vijver een aanwinst voor natuur en landschap.

Keuze varkensras

De keuze van het varkensras bepaalt de varkenshouder. Onze varkens lijken op het alom bekende spaarvarken: een ‘gleuf’ in de rug en sterke rondingen om het achterstel die duiden op een goede vleesaanzet op de duurdere delen.

De Duitse consument wil bijvoorbeeld grote stukken vlees. Daar is het Deense ras het meest geschikt voor.
De Engelse consument eet graag lekkere bacon.
Ook  hiervoor heeft dit varken de ideale bouw voor een efficiënte productie van bacon.

Het is dus logisch dat slachterijen steeds meer invloed krijgen op de fokkerij.
Kleur, smaak en vetsamenstelling, de laatste jaren ook dierwelzijn, zijn aspecten die consumenten steeds belangrijker vinden bij het kopen van vlees. Fokkerijbedrijven en varkenshouders zullen daar dus rekening mee moeten houden.

Wij zijn georiënteerd op de Duitse markt, de transport routes zijn kort, de slachterij staat net over de grens. De duurdere delen, zoals bijvoorbeeld de hammen en de haas worden daar beter uitbetaald.
Door de juiste vader- en moederlijn te combineren, fokken wij dit specifieke vleesvarken. We letten er op dat ze een goed beenwerk (steenbokeffect) hebben, zodat de varkens goed recht staan. Ook letten we erop dat de varkens gemakkelijk eelt aanzetten (denk b.v. aan het lopen op klompen en het verkrijgen van eelt op de wreef).
Als het ras van het varken niet bevalt is het niet snel te veranderen. Al met al  duurt dit al gauw 3 tot 5 jaar. Dit ligt met name aan de kant van de moederlijn. Een verandering bij de vaderlijn duurt ongeveer 1 jaar, van het moment van inseminatie (op dat moment wordt de beerkeuze bepaald) tot aan het moment dat het vleesvarken slachtrijp is. Je kunt dus niet zeggen, morgen is de vraag anders, dan veranderen we het varken wel even. De praktijk is dat je een balans zoekt tussen de markt en het varken.

Dierenwelzijn

Wij zorgen op verschillende manieren voor het welzijn van onze varkens.
Bij het bouwen van onze nieuwe stal is een lichtstraat aangebracht in de zijkant.

Gezondheid is voor ons de belangrijkste welzijnsfactor. Wanneer de dieren gezond zijn, zitten ook de verzorgers lekker in hun vel. Wij zorgen voor een zo optimaal mogelijk klimaat en een goede verlichting in de verblijfsruimte. Door speelmateriaal, zoals een hangende ketting in de stallen blijven de varkens in beweging. Wij zorgen preventief voor een goede diergezondheid. Dit komt niet alleen ten goede aan de varkens, maar ook aan onszelf. De boer is gebaat bij een laag medicijngebruik en het varken bij een goede gezondheid. Hier werken we elke dag aan.

De basis van een gezond varken is natuurlijk gezonde voeding. Het voer wordt met behulp van de computer uit gedoseerd naar de verschillende diercategorieën, afhankelijk van leeftijd, gewicht.
In elk vleesvarkenshok staat een voer-wroetbak. Door gebruikmaking van het wroetinstinct duwt het varken tegen een klepel aan en vallen er steeds enkele voerkorrels onder in de voertrog.
Dit vraagt in het begin soms enige gewenning. Maar wie niet wroet zal ook niet eten.
Vlakbij de klepel zit een drinknippel waaruit het varken onbeperkt water kan drinken.

Dagelijkse controle

Dagelijks worden alle varkens goed geobserveerd op mogelijke beginnende afwijkingen.
Hier geldt ‘’ het oog van de meester”. Het kan zijn dat er een varken uitgehaald moet worden omdat ie zich niet helemaal kan handhaven. Hier en daar moet er eentje behandeld worden. Het aantal curatieve behandelingen is vele malen lager dan jaren geleden. Tijdens de controle vindt de dagelijkse voercurvebijstelling plaats. Gestreefd wordt dat ze ‘’op de curve zitten’’.
Tegelijk wordt gelet op mogelijk noodzakelijk onderhoud van de stal en interieur. Het is belangrijk er op tijd bij te zijn.

Gezondheid varkens

Als de dieren gezond zijn, is het voor de verzorgers veel plezieriger om te werken!
Eens in de 4 weken komt de dierenarts op het bedrijf.
Het is de taak van de dierenarts in goed overleg met de boer/ondernemer en voorlichter een goed preventief diergezondheids-programma op te zetten.
Een dierenarts inspecteert op ziektes, tapt bloed af en vaccineert de varkens tegen enkele besmettelijke ziekten.
Minimaal 1 keer per maand bespreekt de varkenshouder met zijn medewerkers managementzaken als rantsoenen, preventieve gezondheidszorg, klimaatbeheersing en technische resultaten.
De belangrijkste taak van ons als varkenshouders is samen met de dierenarts te werken aan een continue verbeteringsproces binnen het bedrijf.
Diergezondheid en plezier voor mens en dier zijn hierbij de belangrijkste uitgangspunten. Uiteraard geldt ook hier dat economisch rendement essentieel is. Het realiseren van deze doelen is de uitdaging. Het meest succesvol zijn die bedrijven waarbij dit in teamverband gebeurt.
Ook de slachterij levert belangrijke informatie over de gezondheid van de varkens. Wanneer de dieren geslacht zijn, is precies te zien of ze ziektes hebben gehad, hoe het stalklimaat was en of er voldoende aandacht is besteed aan het welzijn. Op het teruggekoppelde overzicht is te zien wat de orgaanafwijkingen zijn. Daarmee kan de varkenshouder samen met zijn dierenarts vervolgens weer aan het werk.

Om de stallen te mogen betreden gelden een aantal spelregels

Wekelijkse biggen aanvoer

De wekelijkse biggenaanvoer vindt plaats met gecertificeerd transport. Dit betekent dat het transport zich houdt aan allerlei spelregels.

Proef met 2 wekelijks wegen.

Gedurende een periode worden een aantal groepen varkens twee wekelijks gewogen.

Een nieuw soort voer wordt uitgeprobeerd, hierbij vind monitoring plaats om uit te vinden hoe de uitwerking is op de groei en het voerverbruik van de varkens.

Logboek

Alle handelingen die de dierenarts of boer verricht staan in een logboek.
Tevens hangt er voor elke afdeling een koppelkaart waar alle behandelingen en verdere bijzonderheden worden opgeschreven. Informatie die je kunt vergelijken met een medisch rapport in het ziekenhuis.
Van elke bedrijfsvisite door de dierenarts wordt een rapport opgemaakt, zodat altijd bekend is welke adviezen zijn verstrekt en welke behandelingen indien nodig, zijn voorgeschreven.

Medicijnen

Het toedienen van medicijnen kan op twee manieren:
– Preventief om ziektes te voorkomen (vaccineren).
Dit gebeurt bijvoorbeeld tegen luchtwegziektes. Door te vaccineren voorkomt een varkenshouder dat zijn dieren een bepaalde ziekte krijgen.
Hij kan op die manier makkelijker en rendabeler werken.
– Curatief, ter behandeling van ziektes
Op het moment dat het varken ziek is, blijft het dier in de groep of het gaat naar de ziekenboeg om in alle rust op te knappen.

Soms krijgt het dier dan medicijnen toegediend, net als wij dat krijgen wanneer we ziek zijn.

Het spaarvarken

Weet u hoe dit symbool ooit is ontstaan?
Waarom geen spaarkoe, spaargeit of spaargeit?

Circulaire economie:
Vroeger werden op bijna alle boerenbedrijven enkele varkens gehouden  die gedurende
de zomermaanden gevoerd werden met restproducten van het gemengde boerenbedrijf.  Zijn korte intensieve  maar toch goede leven, (zoals we er nu naar kijken) vond , ten dele plaats in een ‘’geurend’’ varkenshok en voor een deel in een kleine afgesloten weide met varkens. Zo’n varken kreeg  alle etensresten die er waren. Ook de valappels en peren die er niet goed uitzagen vanuit de boomgaard gingen naar het varken. Af en toe een zieke kip ontbrak niet op het menu, er bleven dan alleen de veren over. In de herfst werden er door de kinderen eikels gezocht een leuke aanvulling voor het menu. Op die manier werd richting november, de slachtmaand vlees en spek gespaard voor de winter.
Het geslachte ‘spaarvarken’ werd aan de ladder opgehangen en gekeurd.

Korte kringloop, gesloten huishouding, er vond weinig aanvoer van grondstoffen van buiten het boerenbedrijf plaats.
Vandaag aan de dag hebben we op alle fronten een open economie, veel grondstoffen  voor industrie en landbouw gaan de hele wereld over. Het varken heeft echter zijn belangrijke functie het opeten van reststromen uit o.a. de Nederlandse levensmiddelen industrie behouden. Jaarlijks wordt hieruit ca. 6 miljoen ton geconsumeerd. Verder ook veel griezen en andere reststromen. Het varken heeft dus nog steeds veel betekenis in de circulaire economie.
Verder houden wij als varkenshouders van een type varken waarin de zogenaamde ‘’spaargleuf’’ in de rug is te zien. Dat betekent veel kilogrammen op de duurdere plekken en bovendien is ervoor een kilogram spekaanzet vier zoveel voer nodig als voor een kilogramvleesaanzet. Voor een kilo vleesaanzet is buiten de reststromen om ongeveer een kilogram graan nodig.
Dat is heel wat anders dan de media ons vaak willen doen geloven!!!

De keuring vroeger en nu

De keuringsveearts kwam na het slachten kijken of het varken wel geschikt was voor consumptie. Hij bekeek daarbij het vlees, en maakte insnijdingen in de lever en de nieren om te kijken of er in deze organen afwijkingen werden aangetroffen. Deze organen laten namelijk binnenin vaak zien of er een ziekte aanwezig is. Wanneer het vlees was goedgekeurd dan drukte hij blauwpaarse stempels, gemaakt van natuurlijke materialen als blauwe bosbessen, op de verschillende delen ten teken dat alles in orde was. Bij het keuren werd naar verschillende onderdelen van het geslachte vee gekeken. Met name naar die delen waarvan bekend was dat daar eventuele afwijkingen goed geconstateerd konden worden.

Op de foto, een keuring, een huisslachting zoals dat toen genoemd werd. Het varken werd thuis geslacht en verwerkt tot hammen, grote zijden spek, inmaak en natuurlijk worst.
Tegenwoordig worden de varkens gekeurd bij binnenkomst op de slachterij aan het uiterlijk en aan de slachtbaan bij het uitsnijden nog een keer.

Buren kwamen helpen en moesten daarbij natuurlijk ook taxeren hoe dik het spek bij dit varken wel niet was. Hier en daar was het de gewoonte om de dikte van het spek wat aan te dikken. De slacht was een jaarlijks terugkerend, bijna feestelijk evenement in het huishouden, dat zelfs schilders belangrijk genoeg vonden om er een schilderij aan te wijden. Er werd ook vaak even een borreltje gedronken.Wat tot worst werd verwerkt werd in de schoorsteen opgehangen. Andere producten werden geweckt en gezouten.

Nieuwe economische functie akkerbouwschuren

Vroeger was het een gemengd bedrijf van akkerbouw met melkvee.
Bovenop de koestal is de voerkeuken gevestigd.
Verder staan er machines en het magazijn voor reparaties.

Op de karakterestieke akkerbouwschuren is een mooi nieuw dak aangebracht. De historische schuren hebben nieuwe economische functies gekregen. In de oude koestal is het kantoor gevestigd. Verder is er de hygiënesluis / omkleedruimte aangebracht.

De toekomst

De wettelijke eisen die door overheid en EU worden bepaald zijn steeds strenger. Om aan deze eisen te voldoen is een voortdurende aanpassing nodig. Als varkenshouders zien wij liever een eenduidig beleid
en duidelijke kaders en geen verschillen tussen de Nederlandse en de EU-richtlijnen.

Wij willen graag een goede boterham blijven verdienen en tegelijk kunnen blijven investeren in ons bedrijf. Of dit lukt zal mede afhangen van de prijs die de consument bereid is te betalen voor een goed en lekker stukje vlees geproduceerd op Europese bodem.

 

 

De aanleg en uitvoering van een landschapsplan, behorende bij het bedrijfsontwikkelingsplan  vraagt extra  arbeid maar geeft ook veel plezier.

In 2010 is een bedrijfsplan geschreven en dit aan mede cursisten gepresenteerd!

Rond 2009 werd begonnen met het doorlopen van de Mer, de zogenaamde milieueffectrapportage.
De bedrijfsontwikkelings plannen worden dan getoetst aan tientallen wetten en richtlijnen.
Valt dit goed uit dan wordt de milieuvergunning verstrekt.
In 2001 begon Harald Pasman hier als bedrijfsleider, in 2005 gingen Harald Pasman en Wim van der Heide een ‘’groeimaatschap” aan.
In 2012 is het varkensbedrijf ‘’Vof Heidevarkens’’ in zijn geheel door Harald Pasman overgenomen.
Voor het akkerbouwgedeelte werd een Grondmaatschap gevormd.

Historie bedrijf en verdere omgeving

In 1989 kocht Wim van der Heide het varkens en akkerbouw bedrijf van Jaap kloosterman.
Gedurende enkele generaties heeft hier de familie Kloosterman geboerd.
Van ongeveer 1947 tot begin jaren zestig werkte hier Jan Tinus Benjamins hier als medewerker.
Hierover zijn echtgenote mevrouw Benjamins: mijn man ging er werken direct vanaf de Mavo en ik herinner me biddag 1953 nog heel goed, ik kwam net uit school fietsen, de boerderij stond in brand.
Alles is afgebrand, er zijn ook koeien bij omgekomen, Jitze kloosterman heeft samen met mijn man, toen nog mijn vriend er zoveel mogelijk koeien uit de brandende boerderij gehaald. De herbouwde boerderij was voor de winter weer klaar. Er kwamen in het eerste deel van de twintigste eeuw veel boeren uit Groningen naar Drenthe.

Ontstaan van Nieuweroord:

De vroegste datum, die we nu kennen in verband met het ontstaan van Nieuweroord, is 20 juni 1798. Toen troffen de ” Markegenoten van Bork en Broek ” met Van Echten een regeling, over de afvoer van veen door Hoogeveens water. Bij dat akkoord werden de Markegenoten van Bork en Broek verleend: “Het regt om hunne veenen en andere voortbrengselen door de kolonie en derzelver vaart en vallaten af te voeren tegen betaling van bepaalde afvaarts-, opvaarts- en lastgelden en onder de last om geen water, hoegenaamd,door vaarten, wijken of sloten, grondpompen of andere kanalen af te tappen, tot schade van die van Hoogeveen, alsmede om zoveel mogelijk te zorgen dat derzelve met geen overtollig water wordt belast”.
Op grond van allerlei overwegingen besloten de eigenaren van het Bork en Broek met de veenexploitatie te stoppen en het veen te verkopen. Op 22 maart 1847 werd een voorlopige koopakte gepasseerd tussen de Markegenoten van het Westerbork en het Broek enerzijds en Christiaan Julius Portman te Alkmaar anderzijds. Het ging om ruim 1.408 Ha veen en dalgrond (afgeveend en in cultuur gebracht voormalig hoogveen). Op 17 maart 1849 vond de definitieve overdracht plaats aan een groep investeerders, bestaande uit:

  1. Andries de Wilde, grondeigenaar te Soestdijk
  2. Klaas Koopman, rentenier te Amsterdam
  3. Johan Coenraad Rahder, koopman te Amsterdam
  4. Herman A. van de Wall-Bake, rijks-muntmeester te Utrecht
  5. Barend Kooy, koopman te Amsterdam.

Rahder, De Wilde en hun partners gingen voortvarend met de verdere vervening aan de slag. Daartoe richtten zij “De Maatschappij tot Exploitatie der Westerborker en Broekvenen” op, gevestigd te Amsterdam. Andries de Wilde en Johan C. Rahder werden directeur.Rahder had het meeste verstand van vervenen en hij werd dan ook met de dagelijkse leiding belast. Voor hem werd een riant herenhuis gebouwd. Het was een uitzonderlijk groot huis en kreeg de naam “Nieuweroord”. Volgens overlevering zou het vernoemd zijn naar het landgoed “Nieuwenoord” tussen Hilversum en Baarn, een paar kilometer noordelijk van Huize Pijnenburg, waar Andries de Wilde woonde.
In 1865 sticht Rahder in Nieuweroord een machinale turffabriek, om de hier gegraven turf te verwerken. In 1885 werkten hier 200 mensen. Begin 1900 is er ook sprake van een arbeiderskaart, die de arbeiders bij zich moesten dragen, wanneer ze in het veen werkten
In de eerste helft van deze eeuw ontwikkelde Nieuweroord zich tot een agrarisch dorp. Na de tweede wereldoorlog gaan steeds meer inwoners werken in de industrie in Hoogeveen.
In 1967 wordt het dorpshuis Vuurkörf geopend, dat gezien wordt als een symbool van de saamhorigheid van de mensen in Nieuweroord